BEAT-lid Edwin van der Ende over zijn behaalde doel

Edwin van der Ende

Op 8 april 2017 reed ik de Paris-Roubaix Challenge en besloot het dit jaar, dit keer als lid van BEAT Cycling Club, weer te gaan doen. Volgend jaar ga ik vast weer die kant op en ik hoop dat mijn verhaal jullie kan inspireren ook mee te gaan!

Vorig jaar bereikte ik de finish in de Parijs-Roubaix Challenge net twee minuten te laat en moest illegaal naar binnen glippen terwijl de kramp uit mijn lichaam spoot. De dag erop ga ik naar de echte mannen kijken in het Bos en op de strook bij Hem. Met het om de hoek verdwijnen van Jonathan Dibben is de laatste renner van de kasseistrook bij Hem. Ik baal dat ik mijn fiets niet bij me heb om nog even de kasseien te trotseren. Mijn besluit staat vast: volgend jaar doe ik weer mee.

De weg naar Roubaix

Er volgt een jaar met hoogte en dieptepunten qua trainingsarbeid, maar in januari gaat het vizier op 7 april 2018 en dompel ik me onder in een zwaar trainingsprogramma op Zwift. Gedurende 12 weken bouw ik mijn FTP op naar de waarden die mij helpen om de tocht door Noord-Frankrijk te voltooien. Als laatste nog een BEAT clubrit met Piotr Havik en een groep andere leden en dan komt de datum van Parijs-Roubaix steeds dichterbij.

De laatste lichte training op Zwift ligt twee dagen achter mij als ik op vrijdag 6 april naar Frankrijk rijdt. In de achterbak mijn racefiets, een tas met gereedschap en tassen vol met kleding, eten en drinken. In het eenvoudige hotel net buiten Roubaix leg ik die avond alles klaar voor de dag van morgen. Een korte en onrustige nacht volgt en met een gezonde spanning begeef ik me naar de start van mijn tweede Parijs-Roubaix Challenge.

Op weg naar de kasseien

Ik neem nog eens contact op met mijn Canadese meerijders en geef aan waar ik sta te wachten en dat ik herkenbaar ben aan de opvallende kleuren van mijn BEAT-outfit. Ik ken mijn meerijders eigenlijk ook helemaal niet, een van hen was zo vriendelijke om te reageren op mijn vraag of er iemand was waar ik bij kon aansluiten.

Iets later dan gepland begint onze tocht van 145km bij het nieuwe Velodrome in Roubaix met een slingerende route van 50km tegen de wind in naar het Bos van Wallers. Wie denkt over een mooi glad stuk asfalt te gaan rijden komt bedrogen uit, ook hier lijkt het een lappendeken van reparaties op reparaties. Mijn Canadese fietsmakkers Fulton en Will sleuren harder door dan ik had bedacht voor mezelf en de vermoeidheid begint al voor het Bos voelbaar te worden.

Bonken, stuiteren en afzien

En dan opeens is daar die lange rechte weg, een bocht naar rechts en dan: het Bos. Het eerste stuk is afgezet vanwege te veel gevaar, maar het tweede stuk is ook nog spekglad en met de lage snelheid rijdt het niet fijn naar boven. Er volgen een aantal betere stroken waar de snelheid lekker omhoog kan en het comfort daardoor wat toeneemt. Na bijna 80km houden we de eerste echte stop en ondanks de voeding en het drinken is de kracht opeens weg. Nog 65km te gaan, te beginnen met een strook 300m na de stop.

Langzaam komt er weer wat energie terug in het lichaam, echt super wordt het niet meer, en we stuiteren verder over Mons-en-Pévèle om daarna snel mijn vriendin even een kus te geven en die enorme berg te beklimmen (althans zo lijkt het). De volgende stop, we zijn er bijna. Er sluit een Fransman aan en we rijden door. Steeds vaker gaan mijn metgezellen iets te fel versnellen en rij ik er 100m achter om op of na de kasseien weer terug te keren in het wiel.

De poorten van de hel gaan open als we over het Carrefour rijden, de stenen liggen veel slechter dan het jaar ervoor. Ik besluit de kant op te zoeken en raak mijn balans wat kwijt en val bijna. Ik raak een kuil en voel een klap op mijn nieren waar ik even van moet bijkomen. Nog 2 stroken te gaan, Gruson aan de overkant van de weg en dan natuurlijk nog Hem.

De laatste glorieuze en emotionele kilometers

Een laatste klimmetje naar Roubaix gaat mij verbazingwekkend goed af, de afdaling wordt gehinderd door de vele auto’s die lukraak op de weg staan of rijden. Maar dan toch is daar de afslag naar het Velodrome, de slome lange bocht naar links gevolgd door de scherpe bocht naar rechts de baan op. Ik voel me emotioneel als ik de baan op kijk. Mijn fietsmakkers hebben het nakijken, ik duik van boven in de bocht eens hard naar beneden, op de finish af.

BEAT heeft in ieder geval meegedaan met de Parijs-Roubaix Challenge, wie weet gaan onze profs dat in de toekomst bij de wedstrijd doen. Dan zal ik waarschijnlijk weer op de wedstrijddag mijn foto’s maken op de strook bij Hem en net als dit jaar WEL met de fiets voor weer een jaar afscheid nemen van de kasseien.

De laatste overdenking

Ik heb veel mensen langs de kant zien staan rusten met hun lekke banden. Ik reed beide edities met mijn Schwalbe Pro One 28mm banden en heb nooit lekgereden. Mocht je deze banden ook gebruiken vergeet dan vooral niet om wat extra rust in te plannen want je staat niet meer stil om je bandje te wisselen.