Mijn fiets experiment

Mr Capdriver

Mijn voorliefde voor wielrennen begon in de lente van 2013. Sinds mijn zesde speelde ik al fanatiek basketbal, maar in de laatste paar jaren van mijn sportcarrière begon ik last te krijgen van mijn knie, mijn enkel,… eigenlijk van alles wat je kunt bedenken. Elk gewricht dat last kan hebben van te veel springen, was beschadigd. Na nog een blessure besloot ik te stoppen. Hoewel ik al jaren een racefiets bezat, was het nu tijd om het serieus aan te pakken. Ik moest en zou er gebruik van maken, dus ik dwong mezelf op de fiets om aan mijn conditie te werken.

Al snel veranderde die persoonlijke verplichting in liefde voor mijn nieuwe sport. Geen andere sport combineert zo goed een frisse neus halen met het gevoel vrij te zijn. Elke rit is een nieuwe uitdaging en je ontdekt iedere keer weer nieuwe natuurgebieden, zelfs al neem je steeds dezelfde routes. Toch was dat niet de voornaamste reden dat ik verslaafd raakte. Voor mij als drukke ondernemer is het de uitgelegen kans om mijn hoofd eens helemaal leeg te maken, mezelf fit te houden en mijn grenzen opzoeken. De eenvoud van deze sport is wat het zo mooi maakt. Hoe meer ik trap, hoe meer ik mezelf weer oplaad.

Kort geleden ben ik vader geworden en plotseling had ik nog maar weinig tijd om in het zadel door te brengen. Voeg daar mijn werk als managing partner bij innovatiebureau Bundl bij, en er blijft nauwelijks vrije tijd over. Tegelijkertijd werd mijn wielerambitie voor 2017 juist groter. Dit jaar staan de Ronde van Vlaanderen, Les Trois Ballons en de Clingé op mijn bucketlist.

Ik bleef zitten met de vraag: hoe kan ik mijn wielerconditie optimaliseren met zo weinig mogelijk trainingstijd?
De enige oplossing

Het eerste wat me te binnen schoot, was binnen fietsen. "No shit, Sherlock", hoor ik je denken. Als ik eerlijk ben, ik was er in het begin zelf ook vrij skeptisch over. Waarom zou ik binnen wielrennen? Het moet dodelijk saai zijn als je tijdens het fietsen niet van de omgeving kan genieten. Toch had ik voor mijn gevoel geen andere opties, dus ik gaf niet op en begon onderzoek te doen. Eerst vroeg ik vrienden om hun mening, maar die bevestigden allemaal dat ze na een tijdje hun indoortrainers vrijwel ongebruikt lieten staan. Een beetje uit het veld geslagen concludeerde ik dat het een waardeloze investering zou zijn. Toch ging ik uit gewoonte door met mijn zoektocht. Ik kon me niet voorstellen dat het bekende probleem ‘binnen fietsen is saai’ niemand had geïnspireerd om met innovatieve oplossingen te komen. Het bleek inderdaad zo te zijn dat mensen deze kans hebben gegrepen en hun best hebben gedaan het probleem op te lossen. Laat ik een paar opties die ik ben tegengekomen delen: Soulcycle, Peloton en Zwift. Ik abonneerde me op die laatste en heb er geen moment spijt van gehad.

Ik besloot wat te experimenteren met mijn eigen lichaam als lab.

Zwift combineert binnen wielrennen met multiplayer online gaming. Met als gevolg dat ik de laatste paar maanden elke zaterdagochtend Box Hill bij Londen beklim met een groot aantal andere Zwift wielrenners van over de hele wereld. Zo heb je dus aan de ene kant het sociale aspect, terwijl het wedstrijdelement je gemotiveerd houdt omdat je real-time een klassement bijhoudt. En dat alles voor slecht tien Dollar per maand!

In tegenstelling tot Peloton, gebruik je bij Zwift je eigen trainer. Omdat ik er nog geen had, was dit nog een leuk onderwerp waar ik me in mocht verdiepen. Ik was al snel onder de indruk van de Tacx Neo Smart. Een indrukwekkend product uit Nederland. Hieronder een paar voordelen:

  • Beklimmingen voelen realistisch door het ‘direct drive’-systeem
  • Hij is stijlvol en elegant ontworpen en er zijn geen verrassingen als je hem uitpakt
  • Het is een gemakkelijk product, ik had alleen moeite met het instaleren van de cassette
  • Je hoeft je geen zorgen te maken dat je slapende baby’s wakker maakt (tenzij je voor een 1000W sprint gaat!)

Een 'erop en eraf'- mentaliteit aannemen

Het juiste materiaal vinden, was slechts de eerste stap. Het is veel belangrijker wat je ermee doet! Dit is een van de belangrijkste lessen die ik tijdens dit experiment heb geleerd. Ga nooit ‘gewoon’ fietsen. Veel mensen verspillen veel tijd door op lage inspanning te trappen. Zoals ze op de blog van Zwift schrijven, hebben veel wielrenners gehoord over de voordelen van een traditionele basisopbouw (langdurige uithoudingssessies die wielrenners ’s winters doen om zich voor te bereiden op de lente en zomer). Echter, wat veel mensen niet weten: tenzij je de tijd heb om je hier helemaal op toe te leggen, zal je hier niet veel profijt van hebben.

Voor amateurs en liefhebbers met tijdgebrek is een traditionele basistraining zonde van de tijd, zegt Jim Ruthberg, Carmichael Training Systems Coach.

Momenteel test ik de volgende drie vuistregels die ik tegenkwam toen ik meer las over de juiste manieren van binnen trainen. Misschien is het iets te vroeg om al conclusies te trekken, maar tot nu toe gaat dit goed. Het is leuk, het werpt zijn vruchten af en ik hou mijn tijd op het zadel beperkt.

  1. Ga hard, niet ver: trainingsessies van 60 to 90 minuten zouden voldoende moeten zijn.
  2. Wees consistent: 3 tot 4 sessies per week is perfect, houd in elk geval een minimum van twee aan.
  3. Ga steeds harder: als je meer waar voor je geld wilt, moet een belangrijk deel van je sessie Sweet Spot Training (SST) zijn.

Benieuwd? Houd mijn Instagram  in de gaten en blijf op de hoogte van mijn experiment!