Zo bijzonder is de Ronde van Vlaanderen rijden

Herman van Tilburg

Zaterdagochtend, half zes de wekker gaat in Antwerpen. Eindelijk mijn ‘stugge’ hotelbed uit! Ondanks de vroege tijd was ik voor de wekker al wakker. Een vreemd bed en het vooruitzicht van een uitdagende cyclo betekent vaak een onrustige nacht. Maar niet zeuren, want Vlaanderens Mooiste wacht.

In de krappe lobby, tevens ontbijtruimte, sta ik met mijn drie fietsvrienden op tijd in de rij voor het buffet. Samen met fietsers uit Italië, Denemarken, Noorwegen en Frankrijk eten we in een recordtijd ons ontbijt op en bespreken we nog even of we voldoende kleding aan hebben. Blijft het droog of worden we nog verrast op een lokaal buitje? 

In het schemerdonker rijden we door een ontwakende stad richting de Grote Markt van Antwerpen. Daar gaat het vandaag gebeuren en natuurlijk de dag erna als de grote kleppers van start zullen gaan voor hun ‘hoogmis’. Om half 8 rijden we de stad uit en gaan helaas toch de hemelsluizen open. Wat begint met miezeren verandert al snel in een fikse bui die enige tijd zal aanhouden. Gelukkig wachten de kasseien nog even en rijden we ruim 100 kilometer over geasfalteerde wegen. De wind op de kant, de kou en de regen op ons gezicht doet ons even voelen als echte ‘flandriens’.

Hoe dichter we bij de kasseienstroken en heuvels komen, hoe meer het weer begint op te klaren. De zon komt erdoor en vrij snel warmt het op zodat de regenjackjes, arm- en beenstukken opgeborgen kunnen worden. Een heerlijk gevoel, des te meer omdat ik graag mijn BEAT-tenue wil tonen en dat lukt dan ook prima.

Ik word zelfs enkele keren enthousiast aangemoedigd met kreten als;  ‘go, go, go Beat Cycling’ en ‘Kom op BEAT Cycling’. Hulde aan onze supporters!

Wat we goed doen is regelmatig eten en te drinken. Je kan er eigenlijk ook niet aan ontsnappen, aangezien de verzorgingsposten ruim zijn toebedeeld op het parcours en voorzien zijn van alles wat zoet is. Op kilometer 112 begint het waar we allemaal voor kwamen en iedereen de zondag naar uitkijkt: de Vlaamse kasseienstroken en heuvels met legendarische namen als De Leberg, De Berendries, De Muur, De Koppenberg, Oude Kwaremont tot aan de Paterberg op kilometer 223.

Totaal 16 hindernissen waarvan de meeste bestaan uit uitdagende kasseistroken en meestal omhoog. Zelf keek ik al jaren uit naar het bedwingen van het monument ‘De Muur van Geraardsbergen’, het symbool van de Ronde. Iedere fietser moet toch minimaal een keer langs die prachtige kapel, want het is een bijna spirituele ervaring. Wederom wordt hier bevestigd hoe Vlaanderen gek is van de koers. Rijen dik staan de mensen om ons omhoog te schreeuwen.

Voor het eerst rijden op de Vlaamse kasseien is een bijzondere ervaring. Het is hard werken en zeker niet plezant. Ik probeer dan ook de adviezen te volgen: ‘hoge versnelling trappen en handen comfortabel om het stuur’, alhoewel dat laatste onmogelijk lijkt.

De Oude Kwaremont, waar zondag Gilbert de beslissende demarrage zal maken en het toetje De Paterberg met maximaal stijgingspercentage van 20  procent, doet ons weer beseffen hoe hard de profs er overheen knallen. Na deze laatste pittige kasseienklim is het in een lang lint nog even doorpoefen naar de finish in Oudenaarde. Gezamenlijk met zijn vieren passeren we de finishboog. Vermoeid, voldaan, genoten en met een stevige medaille om onze nek keren we huiswaarts.

Ik voel mij 237 kilometer rijker over Vlaamse kasseien in een prachtig decor. Voor iedere fietser is het een voorrecht om dit te mogen ervaren. Twijfel je nog? Niet doen. Schrijf je volgend jaar in en wees gerust: er zijn verschillende afstanden. Naast het behalen van mijn fietsdoel blijft het vooral geweldig om tijdens en na de cyclo met wildvreemden uit verschillende landen te praten over elkaars avontuur. Het is dan ook niet alleen die sportieve uitdaging maar juist ook dat prachtige clubgevoel wat het fietsen ons geeft. 

Wil jij ook aangemoedigd worden tijdens jouw toertochten? Ontvang dan nu een BEAT Cycling Club shirt als je je aanmeldt als pionier.